file-20 (2).jpeg
Zoeken
  • Rita Vruggink

"Huh? Nu al?"

Bijgewerkt op: 19 jan.


Al een paar jaar zijn mijn ouders zeer ervaringsdeskundig op het gebied van uitvaarten. Net als ik. Al heeft dat in hun geval niet zozeer met professie te maken maar met hun leeftijd en sociale netwerk. Dus vaak als ik thuiskom staat er een rouwkaart op hun schoorsteenmantel die ik dan natuurlijk uitgebreid bekijk. Uit een mengeling van interesse en beroepsdeformatie, moet ik toegeven. Soms moet het afscheid nog plaatsvinden, soms krijg ik te horen hoe het geweest is. Natuurlijk vooral over degene die de dienst leidde. Of het mooi was en raakte, of het ‘gewoon’ was, en soms ook dat het eigenlijk niet zo was blijven plakken.


Een tijdje terug was het oordeel van mijn vader over een collega-spreker voorzichtig verwoord maar zeer onverbiddelijk: “Nou…. die dame maakte zich er wel erg gemakkelijk van af!”


Oh?! Het was een zin die alleen maar vragen opriep dus ik vroeg een toelichting. Waar het op neerkwam was dat de dienst maar een half uur had geduurd. Dat vond mijn vader erg kort en tussen de regels door begreep ik dat hij dacht dat de spreker er misschien niet zo veel zin in had gehad.

Ai, dat was toch tegen het zere been, het mijne nog wel. Ik voelde me verplicht om het op te nemen voor mijn vakgenoot. Al denk ik dat het in dit geval om een uitvaartverzorger ging die de schone taak had om de dienst te openen en te sluiten.



Ja, soms zijn diensten niet zo lang. Ook bij mij zit er zo nu en dan een bij die korter is dan gemiddeld. Dan zie ik het gebeuren als ik begin aan mijn afsluitende woorden: dat vier mensen in de aula op hun horloge kijken en dat dan zo’n wolkje boven hun hoofd oppopt met de woorden: “Huh, nu al?”


Ja, nu al.


Maar dat is dan echt niet omdat ik me er gemakkelijk van af wil maken.


Nee, soms willen families nu eenmaal dat het een kort afscheid wordt. Soms zijn ze bang voor lang want hoe langer hoe moeilijker. Soms wíllen ze niet dat er veel gezegd wordt. Soms willen ze niet eens op deze plek zijn en willen ze dat het zo snel mogelijk voorbij is. Soms vinden ze de koffie na afloop belangrijker, omdat ze dan met zijn allen kunnen napraten. Soms is een kring zo klein geworden dat er niemand meer is die de overledene goed gekend heeft. Of vindt de familie het fijn om met elkaar afscheid te nemen als alle andere belangstellenden de ruimte verlaten hebben. Of misschien is een geschiedenis zo pijnlijk dat ik tijdens het voorgesprek veel Verboden Woorden krijg. Dan is het louterend genoeg dat deze vooraf zijn uitgesproken en kunnen we ze tijdens de afscheidsdienst laten voor wat ze zijn. Soms zijn de nabestaanden zelf geen praters en ook geen luisteraars en was de overledene dat al helemaal niet. Soms weten ze alleen maar heel korte liedjes en komen ze echt, echt niet verder dan drie stuks. En soms al deze voorgaande dingen bij elkaar. Dus ja, bij zo’n combinatie van factoren kan het maar zo zijn dat een dienst niet lang wordt.


Blijkbaar ben ik duidelijk in mijn tirade want mijn vader zegt snel: ‘Ja dat kan natuurlijk ook.’ En hij zegt er desgevraagd achteraan dat het afscheid in kwestie toch wel mooi was omdat een aantal familieleden voor invulling zorgde.


Gelukkig zijn er geen regels voor hoe lang een afscheid ‘moet’ duren, al hebben we daar blijkbaar gevoelsmatig wel ideeën over. Maar kwaliteit zit echt niet in de hoeveelheid minuten. Size doesn’t matter. Inhoud wel. Vooraf is er overleg met de nabestaanden over de lengte en inhoud van de dienst. Over elk woord dat ik heb geschreven is drie keer en soms nog vaker nagedacht. Elk woord spreek ik vervolgens met zorg uit dus luister vooral goed. Het is klaar als alles gezegd is wat gezegd moet worden. Ik houd niet van rekken om dat uur in de aula maar vol te krijgen.

Al heb ik wel geleerd om, speciaal voor degenen met een horloge, in het begin van een korte dienst aan te kondigen dát-ie kort, maar krachtig zal zijn. Dan kijken er aan het eind nog maar twee mensen op hun horloge om dat te checken.


Geloof me: een lange of korte dienst vergt evenveel zorgvuldigheid en concentratie. En nooit, nooit sta ik als spreker daar met desinteresse of geen zin. Zelfs niet als de overledene Jantje van Leiden heette.


426 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven