file-20 (2).jpeg
Zoeken
  • Rita Vruggink

Drie maal is scheepsrecht...


Het was een plechtigheid in de intimiteit van een van mijn favoriete kleine aula’s. Al weet ik niet goed waarom deze favoriet is. Misschien vanwege de ronde vormen die een zekere geborgenheid uitstralen, misschien door de gedempte kleuren en de prachtige fotowand, misschien ook vanwege de geweldige akoestiek. Wat het ook is: ik was blij er te zijn want ik had een mooi verhaal over de overledene te vertellen. Toen de genodigden plaatsnamen zag ik liefdevolle betrokkenheid op de gezichten. Kortom: alle ingrediënten waren aanwezig voor een mooi afscheid.


Al snel tijdens mijn inleiding voelde ik hoe mijn toehoorders geboeid en aandachtig zaten te luisteren. Maar toen ik begon te vertellen over de jeugdjaren van meneer klonk er ineens gesnik vanaf de voorste rij. En niet zomaar gesnik: nee onbedaarlijk gesnik. Dat overging over in gehuil, hoog en onhoudbaar. Ik zag hoe de broer (want dat was hij) een zakdoekje toegestopt kreeg maar dat hielp niets: het huilvolume ging nog verder omhoog zodat iedereen naar de man keek. Wat kwam er uit die grote volwassen man ineens een explosie van verdriet…


Jee wat doe je dan, op het moment dat je weet dat iedereens aandacht bij deze man is. Die op al die aandacht zo niet zit te wachten. Het moment waarop ik weet dat de aandacht verlegd is en niet meer bij ‘mijn’ verhaal ligt... Wat doe je dan? Stug doorgaan en weten dat niemand luistert? En intussen hopen dat het huilen minder wordt? In een flits wist ik dat dat kansloos was. Ik onderbrak dus mijn verhaal om iedereen te zeggen dat ik eerst die meneer een glaasje water ging geven voor ik verder zou gaan. Hij pakte het met bibberende handen aan en bedankte me met een hoog stemmetje. Maar godzijdank, het eerste verdriet was er uit en het water hielp hem om weer wat tot zichzelf te komen. En toen ik weer naar mijn desk liep verlegde de aandacht zich weer snel. Terug naar mijn woorden.


Diezelfde dienst, een kwartiertje later tijdens een van de muziekstukken, hoorde ik iemand op de achterste bank best hard roepen dat hij er Helemaal Niets van kon verstaan. Oei, ging dat over mij of over de muziek? Hoe dan ook vervelend. Maar met het geluid was volgens mij niets mis en de oude heer in kwestie leek de enige die er last van had. Moest ik harder gaan praten? Of moest ik op de aulamedewerker vertrouwen - die deze meneer ongetwijfeld ook gehoord had en die er misschien iets aan kon doen? Ik besloot het laatste, in de hoop dat de dienst verder vlekkeloos zou verlopen.


Je raadt het al: niet dus. Net toen ik begon met mijn overwegende woorden over wat de dood van de overledene voor ons verder-levenden betekent, begon de maandelijkse sirene te loeien. Onafgebroken en precies 1 minuut en 26 seconden. Het leek wel een eeuwigheid. En al ging het niet hard, het was hard genoeg om als stoorzender van het ingetogen moment te fungeren.



Al denk ik dat de meneer op de achterste rij er geen enkele last van had.



129 keer bekeken1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven

Bord

Zetje