Zoeken
  • Rita Vruggink

Bestemming bereikt


“U heeft uw bestemming bereikt. Uw reisdoel bevindt zich rechts van u.” Truus van de navigatie heeft het me dit jaar al heel wat keren gezegd. En hoewel ik het fijn vind dat ik ben aangekomen waar ik naar toe wilde word ik er altijd een beetje opstandig van. “Bestemming bereikt” klinkt namelijk wel wat overdreven. Zeker als je ’s avonds in het miezerige donker voor een onbekend huis staat… Maar oke, we zijn er. Als Truus het zegt dan zal het wel kloppen.

Misschien komt het omdat het woord Bestemming een Groot Woord is. Een woord met betekenissen als eindhalte, noodlot, levenslot of roeping. Een woord dat ik niet licht in de mond neem.

Daarom vind ik het woord Asbestemming ook zo lastig. Het wordt veel gebruikt in uitvaartland en betekent simpelweg: wat doen we met de as die overblijft na de crematie? Die 2,5 à 3 tastbare kilo’s die we in een urn krijgen overhandigd? Houd maar even 3 pakken suiker vast en je voelt dat dat een zware vraag kan zijn.

Een vraag die dus na een uitvaart nog beantwoord moet worden. Met bedenktijd van een maand, want om overhaast uitstrooien tegen te gaan wordt de as de eerste maand bewaard in het crematorium. Wettelijk zo geregeld, netjes in een goedgesloten bus voorzien van de naam van de overledene en een registratienummer. Zodat we zeker weten dat er geen fouten mee worden gemaakt. Maar daarna is het voor en aan ons.

Wat gaan we er mee doen? Vasthouden of loslaten? Wat wilde de overledene zelf? Mogelijkheden genoeg. Bijzetten in een speciale urnenmuur, mee naar huis voor op het dressoir, verstrooien. Dat kan bij het crematorium maar misschien kies je liever voor het plekje waar vader altijd zo graag zat te vissen. Maar mag dat eigenlijk wel zomaar? Nou nee. In principe moet je toestemming hebben van de eigenaar van de grond. Lijkt me redelijk.

Je kunt ook bijzondere uitstrooiingen bedenken (die ook zo geprijsd zijn): vanuit een vliegtuig, laten opstijgen in een heliumballon die op kilometers hoogte uit elkaar spat zodat de as over de windstreken verspreid wordt… en het nieuwste is de TOLAD (Totem of Life and Death), een wandelstok die je vult en die bij elke stap die je zet een beetje as vrijgeeft. Ongeveer in twee kilometer stap voor stap loslaten als een mooi ritueel. Prijzig dingetje en ik heb het nog niet in actie mogen zien maar het idee is zo gek nog niet.

En wat als je iets tastbaars wilt bewaren van iemand, dus iemand wilt vasthouden? (ik typ de woorden tastbaar en vasthouden en zie dat in allebei het woord as voorkomt…) Assieraden kennen we natuurlijk allemaal. Maar denk ook eens aan fotolijsten, schilderijen of kandelaars waarin wat as verwerkt is. Zelfs een tatoeage met as is mogelijk, hoewel dat door de minister wordt afgeraden.

Ik vind het allemaal prachtig maar niets voor “mij”, tot ik een paar weken geleden tegen knuffelkeitjes aanliep, handgevormde geglazuurde keramieken keitjes waar een beetje as in gaat. Ze zijn vrolijk van kleur en passen precies in je handpalm. Deze keitjes schreeuwden om door mij opgepakt te worden en dat deed ik dus (ze waren nog leeg hoor). De eerste paste precies. En de volgende - ik heb immers twee handen en ben hebberig- paste ook precies, hoewel die er toch heel anders uitzag. En omdat ze al snel de warmte van mijn handen aannamen wilde ik ze eigenlijk niet meer loslaten. Ze nodigden uit tot spelen en strelen.

Goh. Een kei. Een steen.

Heb ik weer, die niet genoeg krijgt van hunebedden en dat soort gedoe. Die het liefst met haar neus bovenop menhirs staat. En die als kind altijd keien meesleepte van vakantie, totdat mijn vader me een halt toeriep en zei dat er niets meer bij kon omdat de auto overladen was. Zou zo’n knuffelkei voor mij de ultieme asbestemming zijn?

Hmmm…. ik weet het nog niet.

Onderweg, maar bestemming voorlopig nog even onbekend, zullen we maar zeggen.

Heb je ook eens voor asdilemma's gestaan? En hoe vond je het antwoord?


0 keer bekeken

Arnoud van Gelderweg 41

5361 CT Grave

06 22 27 64 67

KvK 67229409

lid van de Landelijke Beroepsvereniging

van Ritueelbegeleiders

© 2016 by Rita Vruggink